Rabarber-ricottacake met aardbeien

Zondige zondag: Rabarber-ricottacake met aardbeien #foodblogswap

Fris, smeuïg, licht, zomers, gemakkelijk en snel. De pro’s van deze cake zijn talrijk. Als je dan ook nog eens – net als ik – fan bent van de lichte zurigheid van rabarber, dan kan het helemaal niet meer stuk! Neem 20 minuten de tijd en draai deze rabarber-ricottacake met aardbeien in elkaar. Je zal het je niet beklagen!

Ik maakte de cake voor de Foodblogswap van april. Deze keer kreeg ik de prachtige blog van Roos, Roos & Recepten, voorgeschoteld. Ik zag vrij snel dit gerecht staan, en heb dus ook niet lang getwijfeld. Ik heb weinig aan het recept veranderd, enkel wat sinaasrasp toegevoegd, omdat dit wel mooi combineert met de rabarber.

Haal de lente in huis – ondanks de regen buiten – met een plakje van deze cake bij een geurig kopje koffie of thee: er bestaan geen betere zondagen.

Wat heb je nodig? 

125 g boter op kamertemperatuur
150 g kristalsuiker
250 g ricotta
3 eieren
150 g zelfrijzend bakmeel
3 stengels rabarber
rasp van 1 sinaasappel
enkele aardbeien
bloemsuiker, om af te werken

Hoe ga je tewerk? 

Verwarm de oven voor op 180 °C.

Roer de boter romig met de suiker.
Meng er lepel per lepel de ricotta door.
Roer er één voor één de eieren door. Voeg pas een tweede ei toe als het eerste volledig is opgenomen.
Zeef het bakmeel en meng geleidelijk aan door het beslag.

Rabarber in boogjes snijdenWas de rabarber en snijd in fijne boogjes.
Meng onder het beslag.
Roer er ook de sinaasrasp door.Sinaasrasp onder beslag mengen

Vet een bakblik in met een beetje boter en giet er het beslag in.
Aardbeien in beslag duwenSnijd de aardbeien in plakjes en druk zachtjes in het deeg.
Schuif het bakblik in de oven en bak 45 minuten tot de bovenkant goudbruin in.
Laat afkoelen op een rooster en ontvorm.Cake laten afkoelen op een rooster

Bestrooi met een beetje bloemsuiker en serveer.Rabarber-ricottacake met aardbeien

Advertenties
Chocolade-hazelnootrol

Zondige zondag: Chocolade-hazelnootrol

Er zijn zo van die dagen dat je wel wat lekkers kan gebruiken. Slechte dag op het werk, uren in de file gestaan, de kinderen die net wat lastiger zijn, of gewoon, one of those days, waarop je je niet optimaal voelt. Voor zo’n dagen is er nu een oplossing, een instant-medicijn dat zorgt voor onmiddellijke good vibes, zonneschijn in je hoofd en een glimlach op je gezicht: de chocolade-hazelnootrol!

Het recept vergt een beetje “kunde”: je moet een merengue kloppen, je moet ervoor zorgen dat je hem net lang genoeg laat bakken om gaar te zijn maar wel nog een beetje smeuïg, en je moet stalen zenuwen hebben om het ding op te rollen. Maar eerlijk: ik ben zelf niet het toonbeeld van geduld, en ook mij is het gelukt. Gewoon even concentratie, rustig blijven, en je kan de rol trots op een serveerschaal schuiven.

En dan: bij de eerste hap is al het voorgaande vergeten. Dit is écht het walhalla voor zoetebekken: nutellaroom, chocolade en gekarameliseerde hazelnoten in een marshmallow-achtig deeg. Waar wacht je nog op?

Bron: Delicious april 2015

Wat heb je nodig? 

4 eiwitten
225 g kristalsuiker
75 g blanke hazelnoten, geroosterd in een droge koekenpan en grof gehakt

Voor de vulling
350 ml volle slagroom
3 el nutella (of een andere chocolade-hazelnootpasta)
25 g pure chocolade, fijngehakt + extra om te garneren
25 g blanke hazelnoten, geroosterd in een droge koekenpan en grof gehakt + extra om te garneren
bloemsuiker, om te garneren

Hoe ga je tewerk? 

Verwarm de oven voor op 180 °C.
Bekleed een bakplaat met bakpapier.

Klop de eiwitten in een vetvrije kom tot pieken.
Voeg er dan lepel per lepel de helft van de suiker aan toe.
Klop tot een mooi blinkende merengue.
Spatel de rest van de suiker door de merengue.Merengue kloppen

Verspreid het deeg gelijkmatig over de bakplaat.
Strooi er de gehakte hazelnoten over.Hazelnoten over merengue verdelenBak 15 à 20 minuten tot de merengue goudkleurig is.Gebakken merengueLeg een stuk bakpapier op de merengue en keer om op een rooster.
Trek er het andere bakpapier voorzichtig af.
Leg er een licht vochtige handdoek op en laat volledig afkoelen.

Maak intussen de vulling.
Klop de slagroom stijf.
Klop in een andere kom de nutella los.
Spatel er geleidelijk de opgeklopte slagroom door.

Bestrijk de afgekoelde merengue met de chocoladeroom, en blijf daarbij enkele centimeters van de kant.
Chocoladeroom, hazelnoten en chocolade over merengue verdelenStrooi er de hazelnoten en chocolade over.

Merengue oprollenRol de merengue voorzichtig op. Je kan daarvoor het onderste bakpapier gebruiken als hulp.
Leg de merengue op een serveerschaal.
Bestuif met bloemsuiker en verdeel er nog wat extra gehakte hazelnoten en chocolade over.
Serveer.Chocolade-hazelnootrol

Visovenschotel

Troostende dinsdag: Visovenschotel van Jamie

“Dagen zonder vlees” ligt intussen alweer enkele dagen achter ons. En eerlijk: ik ben er niet rouwig om. Alhoewel ik absoluut hou van een grote portie groenten, speelde tegen het einde vooral het gebrek aan variatie mij parten. ’s Middags ben je al snel “veroordeeld” tot een kom soep en een boterham met kaas, en ’s avonds aten we vooral veel curry’s/stoofpotjes/prutjes en pastagerechten. Eigenhandig heb ik de omzet van kikkererwten in de buurtsupermarkt doen verdubbelen, ik ben er zeker van!

Ik vond deze 46-daagse vooral goed om eens stil te staan bij onze vlees- en visconsumptie, om te beseffen welke impact dit heeft op het milieu, en om te beseffen dat het echt wel anders kan. En we houden er zelfs enkele top-gerechtjes aan over, zoals de risottoballetjes en de oeufs en cocotte.

Wat ik nog het ergste miste, waren onze wekelijkse visdiners. Mocht het puur “dagen zonder vlees” geweest zijn, had ik er geen moeite mee gehad. Vis is immers zo veelzijdig, dat je er zowel voor de lunch als voor het diner alle kanten mee op kan.

Nu de lente nog een beetje – als we de voorspellingen mogen geloven slechts enkele dagen meer – op zich laat wachten, zette ik gisteren nog eens een ovenschotel op het menu. Zo’n dampende stoofpot, onder een royale laag puree: daar kan toch niemand neen tegen zeggen. Het recept komt -alweer- van Jamie en was -alweer- een succes. Maak gebruik van de laatste goedkope wintergroenten, vraag je vishandel om advies over de beste soorten van het moment, en je hebt een heerlijk avondmaal in het vooruitzicht.

Bron: “The naked chef is terug” van Jamie Oliver

Wat heb je nodig? 

4 grote aardappelen, geschild en in blokjes
2 eieren
200 g babyspinazie
olijfolie
1 ui, fijngehakt
1 wortel, gehalveerd en in hapklare stukjes
3 dl room
2 handenvol parmezaanse kaas, geraspt
sap van 1 citroen
1 kl mosterd
een handvol fijngehakte peterselie
350 g visfilets, zoals zalm, schelvis, kabeljauw, … (vraag je vishandel om raad), in blokjes
150 g gerookte forel
peper en zout
nootmuskaat

Hoe ga je tewerk?

Verwarm de oven voor op 230 °C.

Aardappels gaarkokenKook de aardappels gaar in gezouten water.
Leg de eieren erbij en laat 8 minuten meekoken.
Stoom intussen de spinazie gaar (of stoof aan in een klontje boter) tot geslonken.
Druk er zoveel mogelijk vocht uit.
Pel de eieren en snijd in vieren.
Giet de aardappels af en prak ze fijn met een beetje olijfolie, peper, zout en nootmuskaat.

Ui en wortels aanstovenBak intussen de ui en wortel ongeveer 5 minuten in een scheutje olijfolie op laag vuur.
Voeg de room aan toe en breng aan de kook.
Peterselie door saus roerenNeem van het vuur en roer er kaas, citroensap, mosterd en peterselie door.
Kruid naar smaak bij met peper en zout.

Spinazie en ei over de ovenschotel verdelenVerdeel de spinazie en eieren over een ovenschotel.
Visfilets en gerookte forel over de schotel verdelenVerdeel er de visfilets en gerookte forel over.
Saus toevoegenGiet de saus over de vis.
Puree over de visovenschotel verdelenSchep er de puree op.

Zet de schaal 25 à 30 minuten in de oven tot de puree goudbruin is.
Serveer.Visovenschotel

Pull-apart bread met citroen

Paas-countdown: Pull-apart bread met citroen

Oooooh, wat is dit een zalig recept! Het ziet er niet alleen spectaculair uit, het smaakt ook nog heerlijk fris en decadent. Zo’n gerecht waarvan iedereen “wow!” zegt. Het vergt wat tijd, een beetje liefde, een schepje geduld, maar het is het allemaal dubbel en dik waard. Dit pull-apart bread is dé ster van je paasbrunch of -ontbijt.

De basis is een eenvoudig zoet gistdeeg dat je met een mengsel van boter, suiker en citroenrasp bestrijkt. Door dit in reepjes te snijden en te stapelen, krijg je dat typisch “pull-apart” patroon. Je hoeft trouwens niet voor citrus te kiezen: ik ben ervan overtuigd dat wat vanille, of een mooie hoeveelheid geraspte chocolade gemengd met wat gehakte hazelnoten een even lekker resultaat geeft. Maar zelf hou ik wel van wat frisheid bij de intense zoetigheid van de gekarameliseerde suiker.

De grootste moeilijkheid bij dit brood is weten wanneer het gaar is. Als je erin steekt met een mesje, zal dat er altijd wat vochtig uitkomen door de toevoeging van boter en suiker tussen de lagen. Zelf heb ik ook de fout gemaakt het brood wat te lang te bakken. Ik zou dus 30 à 35 minuten aanraden (heteluchtoven).

Overgiet het brood na afkoelen met een dik glazuur van bloemsuiker en citroensap en je kunstwerk is klaar. Laat de gasten sneedjes brood afscheuren en besmeren met (jawel) nog wat extra roomboter: goddelijk!

Inspiratie voor het deegrecept: Nest Bakboek

Wat heb je nodig? 

Voor het brooddeeg
20 g verse gist
2 el suiker
2,8 dl melk, lichtjes opgewarmd
500 g patisseriebloem
1 ei
1 tl zout
20 g boter op kamertemperatuur & extra om de cakevorm in te vetten
1 el olie

Voor de vulling
150 g boter
rasp van 3 bio-citroenen
150 g suiker

Voor het glazuur
sap van 1 citroen
200 g bloemsuiker

Hoe ga je tewerk?

Gist en suiker oplossen in melkLos gist en suiker op in de melk.
Meng met de helft van de bloem.
Voordeeg makenLaat 10 minuten rusten.

Voeg nadien de rest van de bloem toe en meng in de keukenmachine.
Roer er ook het losgeklopt ei, het zout en de boter door.
Laat 10 minuten kneden tot een elastisch, maar nog vrij nat deeg (met de hand 20 min. kneden).Deeg na eerste rijs

Vet een kom lichtjes in met een beetje olie.
Leg er het deeg in, dek af met een handdoek en laat 30 minuten rijzen op kamertemperatuur, of tot het deeg verdubbeld is in volume.

Smelt de boter voor de vulling.
Roer er citroenrasp en suiker door.
Vulling van suiker, boter en citroenrasp makenRol het deeg uit tot ongeveer een halve centimeter dik op een bebloemd oppervlak.
Vulling op uitgerolde deeg smerenSmeer er het boter-suiker mengsel over uit.
Vulling op uitgerolde deeg smerenSnijd de deegplak in vierkantjes.
Deeg in rechthoekjes snijdenSnijd de vierkantjes nog eens middendoor zodat je rechthoekjes krijgt.

Vet een cakevorm in met een beetje boter.

Leg één rij van de rechthoekjes op elkaar en zet deze met de snijkant naar boven in de cakevorm.Pull-apart bread in cakevorm stekenHerhaal met de rest van het deeg.Pull-apart bread voor het rijzen

Kwast een beetje olie op een vel plasticfolie.
Dek hiermee de cakevorm losjes af (met de geoliede kant op het deeg) en leg er een handdoek over.
Laat rijzen tot het deeg in volume verdubbeld is (1 à anderhalf uur).Gerezen pull-apart bread

Verwarm de oven voor op 175 °C.

Schuif het brood in de oven en bak in 30 à 35 minuten goudbruin.

Neem uit de oven en laat afkoelen op een rooster.
Maak intussen het glazuur: voeg hiervoor een beetje citroensap bij de bloemsuiker.
Roer en voeg extra sap toe tot je een vloeibaar maar vrij dik en ondoorschijnend glazuur hebt.

Giet het glazuur over het brood.

Serveer en geniet!Pull-apart bread met citroen

 

Eén keer shoppen, twee keer eten: Frittata van wortelgroenten #dagenzondervlees

Zaterdag is de lente begonnen. En dus schalt “Daar is de lente, daar is de zon…”, maar vooral het tweede lijntje “…bijna, maar ik denk dat ze weldra zal komen” door mijn hoofd. De weergoden zijn ons voorlopig niet al te gunstig gezind. Een gestolen dagje zonneschijn, een warme zondag, dat wel, maar échte lente in de lucht: daar kunnen we alleen maar van dromen.

Ook in de winkels zijn de primeurs nog schaars. De eerste asperges sieren weliswaar de rekken, maar als je een beetje seizoens- en prijsbewust wilt eten, zijn het toch vooral de pompoenen, kolen en bieten die de aandacht trekken. Ik moet eerlijk zeggen dat de winterkost mij wat begint te vervelen: altijd diezelfde groenten met een sausje, altijd diezelfde gerechten met dezelfde smaak… Maar deze frittata brengt daar toch wat verandering in.

Je gaat aan de slag met een restje geroosterde groenten uit de Ottolenghi– of Lieziepeasy-variant. Het enige dat dan nog tussen jou en een geurige net-dat-tikkeltje-anders frittata staat, is tien minuten oventijd. Gemakkelijk, snel, goedkoop, eenvoudig, veggie, gezond, weinig afwas, weinig inkopen: de lijst van argumenten om dit op tafel te toveren is lang. Zet het eens op je weekmenu: ik beloof je dat je niet teleurgesteld zal zijn!

Bron: Veg! van Hugh Fearnley-Whittingstall

Wat heb je nodig? 

scheutje olijfolie
ongeveer 600 g geroosterde wintergroenten (bijv. sjalot, ui, wortel, pompoen, aardpeer, bietjes, pastinaak, knolselder, (zoete) aardappels, …)
8 eieren
zout en peper
handje tijm, blaadjes afgerist
handje parmezaanse kaas, geraspt

Hoe ga je tewerk? 

Verwarm de oven voor op 200 °C.

Verdeel een klein scheutje olijfolie over een ovenschaal.
geroosterde groentenVoeg er de geroosterde groenten aan toe.
eieren kruiden met peper, zout en tijmKlop de eieren los, kruid met zout, peper en tijmblaadjes.
Giet over de groenten.
frittata bestrooien met parmezaanse kaasStrooi er de geraspte kaas over.
Schuif 10 minuten in de voorverwarmde oven.

Serveer met wat extra kaas.Frittata van wortelgroenten

Maandag pastadag: Lasagnoni met courgette

Voor de start van een nieuwe werkweek maak ik altijd een weekmenu. Meestal op vrijdag, zodat we zaterdag de nodige boodschappen kunnen doen. Bepaalde verse ingrediënten, zoals bijvoorbeeld vis of groenten die snel bederven, haal ik dan tijdens de week in mijn lunchpauze of op weg naar huis.

Ik krijg dikwijls de reactie “ik zou dat niet kunnen, al vooraf beslissen wat ik ga eten”, maar persoonlijk vind ik dat het ons enorm veel tijd uitspaart. Mijn gedachten dwalen tijdens de dag niet steeds af naar wat we nu weer gaan eten, en ik hoef geen halsbrekende toeren uit te halen om ’s avonds nog de nodige boodschappen bij elkaar te shoppen. Daarenboven heb ik zo meer controle over wát we eten, want als ik om 6u ’s avonds nog iets moet bedenken, lijken frieten en pizza de meest verleidelijke keuzes. En ik ben niet zo wilskrachtig dat ik telkens “neen” kan zeggen.

Daarom hieronder – ter inspiratie en illustratie – ons weekmenu van deze week! Ik doe nog steeds mee met Dagen zonder Vlees, dus voor ons tijdens de werkweek enkel veggie. In het weekend mag het wat meer zijn, maar in de week houden we het nu veertig dagen bewust sober.

Maandag
Lasagnoni met courgette

Dinsdag
Lunch buitenshuis

Woensdag
Parelcouscous met courgette en tomaat

Donderdag
Tomaten-erwtencurry
Onder de middag maak ik ook nog een testbaksel voor de paasbrunch-recepten die hier binnenkort verschijnen (de voordelen van thuiswerk…).

Vrijdag
Zelfgemaakte pizza met een restje ingevroren deeg

Zaterdag
Spaghetti met gehaktballen à la Jamie

Zondag
Hotel mama én alweer een testje voor de paasbrunchreceptjes

LasagnoniVanavond zet ik dus deze heerlijke “lasagnoni” op tafel. Lasagnoni is een pastasoort die er een beetje uitziet als lasagne met een rokje. Ik vind hem gewoon prachtig, en dus móest ik hem kopen toen ik hem in de vitrine van een Italiaanse delicatessenzaak bij mijn werk zag liggen. Maar je kan evengoed gewone lasagnevellen gebruiken. Als je verse neemt, is het recept zelfs wat sneller, omdat je die niet hoeft voor te koken.

Ik ben er mij van bewust dat de foto van het eindresultaat wat mislukt is. Telkens opnieuw – als ik zit te “klooien” met mijn ikea-lampen, mijn zelfgenutselde reflexiepanelen (isomo – that is) en mijn camerastatief – besef ik dat ik nog heel wat te leren heb. Maar zie: elke dinsdag ga ik trouw naar de fotografiecursus, dus hopelijk zie je hier tegen de zomer toch heel wat betere beelden. Laat je dus niet afschrikken door de foto: deze pasta is én gemakkelijk én lekker én vrij slank. Een heerlijk opstapje naar de zomer dus.

Inspiratie haalde ik bij Skinny Taste

Wat heb je nodig? 

300 g lasagnoni, of gewone lasagnevellen
olijfolie
1 teentje look, geperst
3 sjalotjes, fijngesneden
1 kl gedroogde tijm
2 courgettes, gewassen, grof geraspt en uitgelekt
zout en peper
250 g ricotta
50 g geraspte parmezaan + extra om te garneren
1 ei, losgeklopt
een bosje basilicum, fijngehakt
500 ml tomatensaus (ik gebruikte een restje van deze saus)
1 bol mozzarella, in stukken gescheurd

Hoe ga je tewerk? 

Kook de lasagnoni gaar in een grote kom kokend en gezouten water.
Giet af, spoel met koud water en laat goed uitlekken.

Verhit een scheutje olijfolie in een kookpot.
Sjalot, look en tijm aanstovenBak er op een zacht vuur de look, tijm en sjalot in aan.
Geraspte courgette toevoegenDoe er de courgette bij en bak een paar minuten.
Laat het mengsel goed uitlekken in een vergiet.

Ricotta, parmezaan, ei, basilicum, courgette, peper en zout mengenMeng in een grote kom het courgettemengsel met ricotta, parmezaan, ei, basilicum, peper en zout.
Dep de lasagnonivellen droog.

Verwarm de oven voor op 175 °C.

Leg een lasagnonivel open op een werkvlak.
Ricottamengsel op lasagnoni smerenSpreid er een dunne laag van het courgette-ricottamengsel op uit.
Rol de pasta op.
Werk zo verder tot alle lasagnoni en alle vulling op is.

Schep een laagje tomatensaus in een ovenschaal.
Leg er de lasagnonirolletjes in.
Lepel er de rest van de tomatensaus over.
Lasagnoni met tomatensaus en mozzarellaVerdeel er ook de mozzarella en de overgebleven parmezaan over.
Dek de schaal af met aluminiumfolie en bak 40 minuten.

Serveer met een slaatje.Lasagnoni met courgette

Ambitieuze zaterdag: Sandwichen

Wat is er leuker dan een uitgebreid weekendontbijt? Eens rustig de tijd nemen om de krant te lezen en bij te praten met je tafelgenoten. Uiteraard hoort daar ook heel wat lekkers bij. Koffiekoeken en pistolets van een goeie bakker, zo van die die nog met échte boter gemaakt zijn. Smeuïge yoghurt, vers fruit en geurige koffie van net gemalen koffiebonen. En waarom ook eens geen zelfgebakken sandwichen?

Ik zet het recept hier onder “ambitieus”, omdat brood toch altijd een beetje chemie blijft. Hoe je sandwich er uiteindelijk uitziet, is van zoveel zaken afhankelijk: omgevingstemperatuur, luchtvochtigheid, de accuraatheid van je oven, eventuele tocht, het soort meel, de versheid van de gist… En zo kan je met hetzelfde recept toch twee keer een ander resultaat bekomen. Maar laat je niet afschrikken: brood bakken is leuk! Echt waar, ik sta telkens versteld van het resultaat, zelfs als het niet helemaal gelukt is zoals ik zou willen. Als je ziet dat je van zo’n bescheiden ingrediënten zoiets indrukwekkend kan maken… dat is toch fantastisch!

Wat een beetje oefening vergt, is het opbollen. Ik ben de techniek ook nog niet helemaal meester, maar het begint wel te komen. Bedoeling is dat het deeg een zekere oppervlaktespanning krijgt. Je neemt het deegstukje en rolt het zeer stevig rond op het werkvlak met de muis van je duim. En met zeer stevig bedoel ik dus ook zéér stevig: er komt serieus wat armkracht aan te pas! Op een bepaald moment voel je dat het deeg een “vel” krijgt: dat is het moment waarop de oppervlaktespanning zich begint te vormen. Dan verplaats je het bolletje al draaiend naar de ruimte tussen je handpalm en je vingers. Je laat het daarin nog even rondgaan tot je een mooi bolletje hebt. En zo kan je verderwerken.

Ik heb enkele recepten uitgeprobeerd, maar ze gaven allemaal min of meer hetzelfde resultaat, en dus zou ik nu altijd dit recept uit het Nest Bakboek gebruiken: eenvoudig en zonder poespas. Het resultaat is een broodachtige sandwich, iets zwaarder en substantiëler dan wat je doorgaans bij de bakker vindt, maar daarom niet minder lekker.

Besmeer de versgebakken sandwichen met roomboter en geniet… Wat heb je meer nodig om gelukkig te zijn?

Voor 15 à 18 sandwichen

Wat heb je nodig? 

15 g verse gist
50 g suiker
2,8 dl melk, op kamertemperatuur
500 g wit broodmeel
20 g boter
1 ei
groot snuifje zout

Voor de afwerking
1 ei, losgeklopt

Hoe ga je tewerk? 

Los gist en suiker op in de melk.
Voeg de helft van het meel toe en laat 10 minuten rusten.

Sandwichen maken: voordeegVoeg de rest van het meel toe, doe in de kom van je keukenmachine en laat 12 minuten kneden (met de hand ongeveer 20 minuten kneden).
Voeg al knedend langzaam de boter, het ei en het zout toe.
Laat het deeg 30 minuten rijzen onder een vochtige handdoek, op een tochtvrije plaats.

Deeg voor sandwichenVerdeel het deeg in porties van 60 g.
Deeg voor sandwichen opbollenBol op en leg op een snijplank.
Dek af en laat opnieuw 10 minuten rusten onder een vochtige handdoek.

Sandwichen vormenVorm sandwiches van de deegbollen en leg met de naad naar onder op een ingevette bakplaat.
Laat 40 minuten rijzen onder een droge doek.

Verwarm de oven voor op 210 °C.

Kwast de sandwichen in met het losgeklopte ei.
Bak ze 10 à 12 minuten in de voorverwarmde oven tot goudbruin.

Sandwichen laten afkoelenLaat afkoelen op een rooster.

Serveer met roomboter.Sandwichen

Mini-maxi woensdag: Pizza met tomaat, olijven en rucola

Knapperige bodem, frisse tomaten, hartige olijven, bittere blaadjes en smeuïge kaas: dat is de samenvatting van dit bordje lekkers. De ideale combinatie van zout en fris, zacht en krokant, kortom: dé pizza der pizza’s!

Ik heb al heel wat pizzadeeg gemaakt, maar nooit was het resultaat zo goed gelukt als deze keer. Ik heb het deeg gekneed in mijn Kitchenaid keukenmachine, en dat maar liefst 10 minuten lang. Zorg wel dat je erbij blijft, want de machine moet serieus werken, en de mijne schoof steeds meer naar het randje van het aanrecht. Het resultaat is een elastisch deeg dat mooi gelijkmatig rijst, zelfs in de koelkast.

Het geheim van de krokante korst zit hem in het voorverwarmen van de oven. Doe dat mét de bakplaten erin, en beleg je pizza op een bakpapier. Schuif die dan zo rechtstreeks op de hete bakplaat. Na een klein kwartiertje heb je een krokante pizza zoals in de beste pizzeria van Italië.

Valt het op dat ik een beetje lyrisch ben?

Bron: Jamie’s Italië en The Naked Chef is terug

Wat heb je nodig? 

Voor het deeg

500 g wittebroodmeel
2 kl fijn zeezout
1 zakje van 7 g gedroogde gist
2 kl suiker
3,75 dl lauw water

Voor de topping

4 tomaten
zout en zwarte peper
olijfolie
rode wijnazijn
1 handvol ontpitte zwarte (kalamata) olijven
2 bollen mozzarella
100 g rucola
parmezaanse kaas, geschaafd

Hoe ga je tewerk? 

Doe de bloem in de kom van de keukenmachine.
Maak er een kuiltje in.
Strooi het zout op de zijkanten.
Pizzadeeg makenMeng het water met gist en suiker, en giet het mengsel in het kuiltje.
Laat de keukenmachine op lage snelheid de ingrediënten mengen tot een homogeen geheel.
Zet de snelheid hoger en laat een tiental minuten kneden.

Pizzadeeg laten rustenBestuif het deeg met bloem, dek af en laat 15 minuten rusten op kamertemperatuur.

Pizzadeeg portionerenVerdeel het deeg in vier à vijf bolletjes, verpak in vershoudfolie en laat rusten tot gebruik. (als je het deeg bijvoorbeeld ’s ochtends maakt om ’s avonds te gebruiken, kan je de deegpakketjes in de koelkast bewaren)

Verwarm de oven voor op 250 °C met de bakplaten erin.

Maak nu de topping.
Tomaten in brunoise snijdenSnijd de tomaten in fijne blokjes.
Doe ze in een kom, kruid met peper en zout en meng er een scheutje olijfolie en rode wijnazijn door.
Topping makenVoeg er de olijven aan toe en roer door.

Neem een deegbolletje uit de plasticfolie.
Rol uit tot de gewenste grootte, ongeveer 5 mm dik.
Leg de bodem op een bakpapier.
Beleg met het tomatenmengsel.
Pizza beleggenScheur er wat stukjes mozzarella over.
Herhaal met de andere deegbolletjes.

Schuif de pizza’s met het bakpapier op de bakplaten.
Bak ze in 7 à 10 minuten goudbruin en krokant.
Neem uit de oven.
Verdeel er de rucola over en schaaf er wat parmezaanse kaas op.

Serveer.Pizza met tomaat, olijven en rucola

Ambitieuze zaterdag: Flan karamel met kokos, sinaasappel en witte chocolade #mysteryboxchallenge

Ik heb mij nog maar eens laten verleiden om deel te nemen aan de Mysterybox Challenge, van onze Facebookgroep Foodbloggers. De vorige uitdagingen leverden al heel wat lekkere gerechten op (bijvoorbeeld deze chocolademousse met bramensaus en deze gebakken makreelfilet met boerenkoolpistou), en ook deze keer heb ik – al zeg ik het zelf – een toppertje weten te bedenken!

In de box zaten deze keer chocolade, rode linzen, lamsvlees, sinaasappel, groene kool en kokosmelk. Verder mag je ook de beperkte voorraadkast gebruiken, waarin eieren, suiker, bloem, specerijen, boter en olie zitten. Het heeft mij heel wat slapeloze nachten gekost om een goeie combinatie te bedenken. Uiteindelijk strandde ik bij kokosmelk/bloedappelsien/witte chocolade. Eerst wilde ik nog een kokosmousse met appelsiencoulis maken, maar bij gebrek aan gelatine en room, koos ik voor een flan karamel. Bloedsinaasappels persenHet “ambitieuze” aan dit gerecht is de karamel. Ik heb al heel wat mislukte pogingen, met aangekoekte suiker en gestolde, aangekoekte karamelresten in mijn potten achter de rug. Maar in de kookles leerde ik dit voorjaar hoe het echt moet. En dan nog… Ook nu heb ik mijn eerste poging moeten wegkieperen wegens verbrand… Enkele tips om het meteen goed te doen:

  • Neem een grote kom. Als je de karamel moet blussen met het sap, begint dit meteen te koken, en voor je het weet kookt je pot dus over, met alle gevolgen van dien.
  • Begin met een beetje suiker in de kom. Laat die op een laag vuur rustig smelten zonder dat je de pot aanraakt. Eens ongeveer 3/4 gesmolten is, kan je wat roeren met een siliconen spatel of een houten lepel.
  • Voeg dan opnieuw een beetje suiker toe en herhaal zoals hierboven. De hoeveelheid suiker uit dit recept heb ik in 4 keer toegevoegd.
  • Eens alle suiker gesmolten is, roer je de karamel nog eens door tot je voelt dat de kristallen verdwenen zijn.
  • Verwarm intussen je sinaasappelsap in een klein kommetje of in de microgolf.
  • Blus de karamel met het warme sap. Zorg dat je niet boven de kom hangt of met je blote handen de pot vasthoudt, want dit kan spatten.
  • Het is normaal dat je karamel nu stolt. Laat hem gewoon terug rustig smelten op laag vuur. Na een tijdje mag je opnieuw roeren.
  • Eens alle kristallen gesmolten zijn, is je karamel klaar en kan je hem in de potjes gieten.

Nadien kan je er dan het kokos-eimengsel op gieten en de flan au bain marie bakken. Hiervoor vul ik de ovenschaal tot de helft met kokend water, zet hem dan al op de richel in de oven, en giet er dan de rest van het water bij om te vermijden dat ik de hele vloer vol smos! Het resultaat is een subtiele kokosflan met lichtzure sinaaskaramel en een fris slaatje van sinaas en witte chocolade: het perfecte huwelijk van smaken en texturen!.

Wat heb je nodig? 

Voor de karamel
125 g suiker
75 g sap van bloesinaasappel

Voor de flan
250 ml kokosmelk
rasp van 1 bloesinaasappel
50 g suiker
2 eieren

Voor erbij
geraspte witte chocolade
partjes bloedsinaasappel

Hoe ga je tewerk? 

Neem een grote kom en doe er een beetje suiker in.Karamel makenZet op zacht vuur en laat de suiker zachtjes smelten.
Wanneer alle suiker gesmolten is, voeg je nog een beetje toe.
Laat opnieuw smelten. Karamel makenHerhaal tot alle suiker gesmolten en gekarameliseerd is.
Warm intussen het sinaasappelsap op.

Blus de karamel met het sap. Let op: dit kan spatten!
Laat op een zacht vuur doorkoken tot je opnieuw een gladde karamel krijgt.
Verdeel over 4 ramequins.

Verwarm de oven voor op 140 °C.

Maak nu de flan. Flan karamel met kokosmelk makenVerhit hiervoor de kokosmelk samen met de sinaasrasp op zacht vuur.
Klop intussen de eieren los met de suiker.
Als de kokosmelk kookt, giet je die zachtjes en al roerend op de eieren. Flan karamel met kokosmelkVerwijder het schuim en verdeel over de ramequins.
Zet de ramequins in een ovenschaal.
Vul deze met kokend water.
Zet de schaal 40 minuten in de oven.

Laat de flans een beetje afkoelen op een rooster.
Ontvorm op een bord.

Serveer met partjes bloedsinaasappel en geraspte witte chocolade.Flan karamel met bloedsinaasappel, kokosmelk en witte chocolade Benieuwd wat de andere deelnemers maakten?

Donderdag veggiedag: Pastinaakfrietjes met yoghurtsaus #dagenzondervlees #foodblogswap

Ik heb mij op het allerlaatste moment laten overhalen om mee te doen aan Dagen zonder Vlees. Veertig dagen de vlees- en visconsumptie beperken… Geen lachtertje, want wij zijn absoluut geen vegetariërs en kunnen een goed stukje biefstuk op tijd en stond wel appreciëren. Waarom dan wel meedoen?

  1. Als je al eens een documentaire over de voedselproductie gezien, of een artikel over hetzelfde onderwerp gelezen hebt, kán je niet anders dan vragen stellen bij die braadworsten aan € 1 in promotie. Onrealistisch, en absoluut níet wat ik op mijn bord wil hebben. Minderen is dan ook de boodschap.
  2. Het vlees dat ik koop is grotendeels biologisch, of komt van een slager waarin ik vertrouwen heb. En ja: daar hangt een prijskaartje aan vast. En net dát is de tweede reden om mee te doen: liever één keer een lekker, verantwoord stukje vlees op mijn bord, dan drie keer rommel uit de massaproductie.
  3. Ook de viskwekerij is er erg aan toe, zo blijkt. Ik kies dan liever voor een kleiner stukje duurzaam geviste zeebaars. En tijdens #dvz nog eens extra minder dan anders: om aan te tonen dat de consument niet zomaar alles slikt dat hem voorgeschoteld wordt (letterlijk én figuurlijk…)
  4. Onze aarde is er slecht aan toe. Je hoeft geen wetenschapper te zijn om dat te beseffen. Eén dag zonder vlees of vis bespaart 11 m2 ecologische voetafdruk: dat is 10 baden water of evenveel broeikasgassen als 15 km autorijden.
  5. Eens wat minder uitbundig leven, is alleen maar goed voor de gezondheid. En wees nu eerlijk: dat is toch voor íedereen een valabel argument?

En dus vind je hier tot pasen enkel nog veggie receptjes. Wil je alvast aan de slag, kan je in de receptenindex heel wat inspiratie opdoen. Wat dacht je bijvoorbeeld van een heerlijke venkelpasta op maandag, geroosterde wintergroenten op dinsdag, basilicumrisotto op woensdag, spanakopita voor donderdag en haloumi-pitabroodjes als gemakkelijk maal op vrijdag? Zeg nu zelf: het voelt niet als dagen ZONDER, eerder als weken MET!

Zelf ben ik niet van plan om alle vlees en vis van ons menu te schrappen, eerder om er bedachtzamer mee om te springen. In plaats van 2 keer veggie per week, denk ik nu 40 dagen eerder in termen van 2 keer níet veggie. Hoe ik het er vanaf breng, kan je op de site van Dagen zonder Vlees volgen.

En voor een extra goeie start, maakte ik gisteren deze heerlijke groentenfrietjes met yoghurtsaus. Ik deed inspiratie op bij Share love not secrets, de foodblog van Marleen uit Amsterdam, en dat in het kader van de Foodblogswap van februari. Marleen maakte ze met zoete aardappel, ik koos voor pastinaak. Een echte familiefavoriet!

Wat heb je nodig? 

6 grote pastinaken
lookolie
1 kl chilipoeder
1 el komijnzaad
zout
fleur de sel
peterselie

Voor de saus
100 g Griekse yoghurt
1 el tahin
1 teentje look, geperst
sap en rasp van 1/2 citroen
peper en zout

Hoe ga je tewerk? 

Verwarm de oven voor op 200 °C en bedek twee bakplaten met bakpapier.

Schil de pastinaken.
Pastinaak in frietjes snijdenSnijd ze in frietjes.
Leg ze op de bakplaten (mooi naast elkaar) en besprenkel met een beetje lookolie.
Pastinaakfrietjes kruiden met chili, komijn, peper en zoutKruid met chili, komijn en zout.
Schuif 20 minuutjes in de oven tot de frieten mooi goudbruin zijn. Keer halverwege om.

Maak intussen de saus.
Meng hiervoor de Griekse yoghurt met de andere ingrediënten.
Kruid naar smaak met peper en zout. Yoghurtsausje met tahin, look en citroen

Serveer de frietjes met wat peterselie en fleur de sel.
Geef er het yoghurtsausje bij.Pastinaakfrietjes met yoghurtsaus